Gedragsregels

Wat doe je voor, na en tijdens de wedstrijd?

  • Bij thuiswedstrijden ontvang ik mijn tegenstanders vriendelijk, wijs hen de kleedkamers en geef ze een tafel om 'in te spelen'.
  • Bij uitwedstrijden houd ik mij aan de regels die bij de andere club gelden en gedraag mij als een goede gast.
  • Ik blijf sportief, ook als mijn tegenstander dat niet is.
  • Bij wedstrijden tel ik als ik aan de beurt ben.
  • Ik tel eerlijk, maar bij twijfel beslis ik als scheidsrechter.
  • Als de scheidsrechter een fout maakt, word ik nooit boos.
  • Als de scheidsrechter niet goed telt, zeg ik dat kalm.
  • Als ik geen gelijk krijg van de scheidsrechter, leg ik mij bij zijn beslissing neer.
  • Als ik de wedstrijd win bedank ik de tegenstander en de scheidsrechter.
  • Als ik de wedstrijd verlies feliciteer ik mijn tegenstander(s) en bedank de scheidsrechter voor het tellen.
  • Voor de wedstrijd geef je je tegenstander een hand en zeg je: "Succes en een prettige wedstrijd". Na de wedstrijd zeg je: "Bedankt voor de wedstrijd" als je gewonnen hebt en je feliciteert de tegenstander als hij of zij gewonnen heeft.
  • Een geluksbal is een bal die net via het netje goed op de tafel valt, of een randbal. Meestal kan de tegenstander de bal dan niet meer terugslaan. Als je zo’n geluksbal hebt, zeg je “sorry”.
  • Niet schelden/vloeken of met het batje gooien.
  • Wedstrijdformulier op de juiste wijze invullen en bij thuiswedstrijden inleveren bij de wedstrijdsecretaris Eljakim Doorneweerd en Jan van ‘t Hul. Bij uitwedstrijden wedstrijdformulier inleveren bij Jan van ’t Hul.

Een aantal dingen die slecht zijn voor de concentratie.

  • Praten tijdens de wedstrijd.
  • Denken dat je makkelijk kunt winnen van je tegenstander.
  • Je kwaad maken.
  • Weglopen van de tafel, nadat je tegenstander een punt heeft gescoord.
  • Weglopen van de tafel, als je eigen acties niet willen lukken.

Wat is sportiviteit.

Sportiviteit betekent, dat iemand zich bij het beoefenen van sport zo weet te gedragen als dat bij sport hoort.

  • Je aan de spelregels houden.
  • Eerlijk zijn.
  • Je beheersen.
  • Tegen je verlies kunnen.
  • Een goede mentaliteit hebben.

Dingen die behoren bij een goede mentaliteit.

  • Tegenslag en een nederlaag kunnen verwerken.
  • De gehele wedstrijd door blijven vechten voor je kansen en niet opgeven.
  • Niet direct de schuld aan de scheidsrechter, de bal en andere dingen geven.
  • Dus geen smoesjes verzinnen als je verliest.
  • Bij pech (bv een netbal of randbal) je mond houden.
  • De overwinning van je tegenstander niet kleineren.

Algemeen.

  • De spelers gaan voorzichtig om met de materialen van de vereniging.
  • De spelers hebben respect voor medespelers, tegenstanders en leiding.
  • De spelers spelen sportief en volgens de regels van het spel.
  • De spelers vertonen geen agressief gedrag zowel lichamelijk als geestelijk.

Gedragscode voor de ouders/begeleiders.

  • Ouders en begeleiders hebben een voorbeeldfunctie en dienen zich hier ook naar te gedragen, zowel tijdens trainingen als wedstrijden.
  • Zij tonen waardering bij gewenst gedrag tijdens wedstrijden en toernooien.
  • Ouders corrigeren ongeoorloofd gedrag van spelers bij de begeleiding van wedstrijden en toernooien en nemen maatregelen bij ongewenst gedrag.
  • Ontvang de tegenpartij zoals u zelf ook ontvangen zou willen worden.
  • Neem afscheid van uw gasten.
  • Zorg dat alle formaliteiten voor en na de wedstrijd geregeld worden.

Spelen in een team.

Hoe meer je elkaar steunt hoe beter de teamprestatie zal zijn. Daarom gelden de volgende regels:

  • Kijk naar elkaars wedstrijden en geef elkaar tips.
  • Wees positief en steun je medespelers.
  • Elke speler blijft kijken naar zijn eigen team totdat alle wedstrijden gespeeld zijn en pas na het opruimen mag hij/zij naar huis toe. Tenzij dit door een bijzondere reden vooraf bij de begeleider/trainer is aangegeven.

Noem een aantal gedragsregels voor de trainingen.

  • Ik kom op tijd voor de training.
  • Ik houd de kleedkamer netjes en maak geen rommel.
  • Ik kom nooit aan andermans spullen.
  • Als het nodig is, help ik mee met het klaar zetten en opruimen van de tafels.
  • Ik probeer de oefeningen die de trainer aangeeft zo goed mogelijk uit te voeren.
  • Ik doe tijdens de training goed mijn best, ook als ik train tegen spelers die niet zo goed kunnen tafeltennissen als ik.
  • Na afloop kijk ik goed of ik niets vergeten ben.